Hotelboot op Canal du Nivernais

Voor mij is het Canal du Nivernais het meest romantische vaarwater, wat varen in Frankrijk betreft. Het loopt van Auxerre naar Decize en verbindt de rivier de Yonne met de Loire. Het is ook zeer afwisselend. Soms heel boers/landelijk, dan weer imponerend waar het de waterhuishouding betreft, tunnels, voedingsmeren, een trap van 16 sluizen, die met een beetje mazzel wel in een uur of drie te nemen valt, maar vooral zo práchtig is, het kanaal uitgehouwen in een heuvel door een bos.

Ik keek m’n ogen uit toen ik daar in de zomer van 2000 voor het eerst voer, met een ander schip, de “Niets Bestendig”. Dromerige rijen bomen, stille oevers vol met bloemen en zo hier en daar een vriendelijke visser. Rust, natuur, vredig, en een riviertje dat alsmaar weer naast ons opdook, afwisselend aan bak- en aan stuurboord. Een kanaal dat je in wandeltempo moet nemen, met alsmaar weer nieuwe beloftes over de wereld na de volgende bocht.
Dat wandelen doen mensen trouwens ook veel, met een topografische kaart een paar uur weg en het schip als basis gebruiken.

Je moet bij de Franse kanalen vooral niet aan onze Nederlandse kanalen denken die nogal eens erg recht toe recht aan zijn. De kanalen hier zijn soms meer dan 300 jaar oud (Canal du Midi) evenals de sluizen, de huisjes, bruggen en wasplekken die je er vindt. Ze volgen vaak exact de kronkelige loop van een klein riviertje, zo ook het Canal du Nivernais.

Overal word ik wel nagestaard en/of gewuifd door vriendelijke mensen en zelfs in het hoogseizoen was het nog prima te doen, wat de drukte betreft. Er varen dan wel meer kleinere huurbootjes, maar met m’n “peniche”, zo noemen ze hier omgebouwde vrachtbootjes, zijn we een opvallende verschijning, niet in het minst omdat ik ‘s zomers doorgaans nogal wat planten aan dek en op het dak in de bloei hebben staan.

De klassieke lijnen van m’n voormalige vrachtscheepje, de manier waarop het omgebouwd is en het feit dat de schipper, zoals immer sinds lang vervlogen tijden, middels een helmstok navigeerde, wekte Franse verwondering en bewondering op.

Soms lijkt het vaarwater te smal om nog een tegenligger van m’n eigen formaat, bootformaat dus, te laten passeren en moet je even op elkaar wachten, net als op smalle bergweggetjes in de Alpen, maar in de praktijk lukt het iedere keer weer. Door de nogal lage bruggen en de geringe diepgang van het kanaal is het voor grotere schepen dan 40 meter niet toegankelijk, het middengedeelte kan alleen door schepen van maximaal 30 meter lang bevaren worden.

En dan zijn er de talloze sluisjes, waarvan de sluishuisjes vaak zijn omgebouwd tot “iets”: een café, een restaurant, een crêperie, een pottenbakkerij, een atelier. Ach, ik moet er vooral niet te veel over willen vertellen, je moet je laten verrassen daar. Om het kanaal helemaal te bevaren heb je toch al gauw 2 weken nodig (10 vaardagen en 4 dagen voor van alles en nog wat), maar je hoeft het Canal du Nivernais niet helemaal te doen om er toch een onvergetelijke ervaring aan over te houden, en je kan het ook in twee keer doen als zo’n langere trip te veel tijd kost of te begrotelijk is.

Clamecy, Decize, Auxerre zijn stadjes en steden die we met ons schip aan kunnen doen, maar ook Vézelay en Avallon zijn vanaf het water gemakkelijk met het openbaar vervoer of een taxi te bereiken. Verder zijn er tussen de gehuchten, dorpjes en steden aan het water tal van plekjes “in het wild” om een kampvuurtje te stoken, te vissen, bbq’en of gewoon op je rug de sterren uit de Bourgondische hemel te zien vallen.

Auxerre is een adembenemende stad, gelegen op het punt waar het bevaarbare gedeelte van de rivier de Yonne ophoudt en het Canal du Nivernais begint. Je komt ogen en tijd tekort, daar hoef je niet eens een cultuurminnaar voor te zijn. Een romantische inslag of een open blik, bereidheid om verrast en verwonderd te worden, zijn voldoende om de kennismaking met Auxerre nooit te vergeten. Ik wist na de eerste kennismaking zeker dat ik hier terug zou komen, maar kon toen bevroeden dat ik er zo verslingerd aan zou raken. De VVV is aan het vaarwater en het treinstation is op nog geen 10 loopminuten afstand van de haven. Per auto is Auxerre in een uur of 7 te bereiken vanuit Nederland. Aan het kanaal zijn veel leuke plekjes om te stoppen: bij dorpjes en stadjes, om te lunchen, te fietsen, een wijnproeverij of een eeuwenoud kerkje te bezoeken, in de rivier te spartelen, of pootje te baden.