Varen op Canal du Centre

Het Canal du Centre verbindt de Loire en de Saône en is zo’n 110 kilometer lang. Het loopt van Chalon-sur-Saône naar Digoin en heet vanaf daar Canal latéral á la Loire. Bij Digoin kan afgeslagen worden naar het kanaal dat ons langs de Loire naar Roanne zal voeren. Bij Decize, een kilometer of 70 voorbij Digoin, kun je kiezen: het Canal du Nivernais op richting Auxerre, langs de Morvan en naar het Canal de Bourgogne, of de route vervolgen via Nevers naar het Canal de Briare. Allebei met hun eigen charmes. Vanaf Chalon-sur-Saône kun je of naar het Zuiden, de Rhône af richting Canal du Midi, of naar “boven”, richting Nederland, via Reims, Luik of Parijs.

Genoeg aardrijkskunde nu, het duizelt de niet-francofiel nu van de namen, het gaat ten slotte om váren in Frankrijk, en als je hier nooit geweest bent, zeggen al die namen ook niet zoveel. Het Canal du Centre zelf heeft me vanaf het eerste moment zeer gecharmeerd, was mooier, romantischer, dan ik me voorgesteld had. Veel landelijke gebieden, echt Bourgondisch, maar het ís ook het zuiden van de Bourgogne, dit Loire en Saône district, met die mooi gekleurde en geglazuurde dakpannen die ik tot dan toe alleen uit de toeristenboekjes kende, maar ook regelmatig leuke plaatsjes om rond te neuzen, cultuur- of huishoudelijke boodschappen te doen, en/of een Frans terrasje te pakken.

Decize is ook een mooie opstapplek. Het is een oud stadje van ongeveer 7000 inwoners, dat is gebouwd op een eiland in de rivier de Loire. Het riviertje de Aron, het Canal latéral à la Loire en het Canal du Nivernais maken er een zeer waterrijk stadje van met veel aanlegplekken, een camping, een station en platanen die er al sinds 1771 staan.

Een dag varen vanaf Decize is er, op een kwartier fietsen van het kanaal, een kasteel uit 1750 van binnen en buiten te bezichtigen. Saint-Aubin-sur-Loire, zo heet het kasteel, is bekend vanwege z’n wandtapijten, het houtsnijwerk en de meubels. Van St-Aubin-sur-Loire voert de tocht je in één vaardag naar Digoin. Ook al hoef je niet zo nodig naar oude kerken en kastelen, het varen over het Canal du Centre met z’n grillige bochten en rijk begroeide oevers is op zich al de moeite waard.

Drie kanalen (Canal du Centre, Canal de Roanne en Canal latéral à la Loire) en vijf rivieren (Bourbince, Loire, Arconce, Arroux, en de Vouzance) geven Digoin een bijzonder waterrijk aanzien. Voor we de stad in kunnen varen, moeten we eerst door een groot aquaduct varen, le Pont-Canal, dat het Canal latéral à la Loire over de rivier de Loire leidt en verbindt met het Canal du Centre aan de andere kant. Een moment waarop videocamera’s en fototoestellen als het ware vrágen om gebruikt te worden. Het aquaduct is 250 meter lang, en rust op 11 bogen.

De stad ontwikkelde z’n pottenbakkerij-industrie in het midden van de 19e eeuw, dank zij het overvloedige aanbod van klei uit de Loire. Vandaag de dag leveren pottenbakkerij, aardewerk enkeramische producten nog steeds de belangrijkste industriële welstand aan Digoin. Voor de liefhebbers is er een indrukwekkend keramiekcentrum, dat 20.000 objecten bezit, van de Gallo-Romaanse periode tot de modernste bedenksels. In een aparte ruimte zijn er hedendaagse baksels te koop. Ik heb er zelf een mooie waterkan van aan boord, die heel betaalbaarwas. Aan het water is er vanzelfsprekend de gelegenheid om wat te eten en te drinken. En er is een soort museum van de rivier, waar over geschiedenis, natuur, en gebruik er van wordt verteld en getoond.

Niet ver van Digoin vandaan, een uur of 2 varen, ligt Paray-le-Monial. Een wereldberoemde, internationale pelgrimageplaats. De stad is al sinds de middeleeuwen beroemd om z’n kunst en de spiritualiteit. Ik heb al regelmatig meegemaakt dat er een groot religieus tentenkamp naast de haven stond. Het stadhuis, gebouwd in 1525, moet je even gezien hebben. De Heilig Hart basiliek uit 1200 geldt als een voorbeeld van Romaanse bouwkunst. In de 17e eeuw is de Orde van het Heilige Hart hier ontstaan. Ik loop er vaak, al is het maar voor 10 minuten, even naar binnen.

Weer een uur of 3 varen verder is er bij het dorpje Palinges, een heerlijk meertje op 15 minuten loopafstand van het kanaal, waar de Fransen uit de buurt, in het weekend een zomerse familiedag doorbrengen. En er staat een aandoenlijk museumpje over het land- en boerenleven in de afgelopen eeuwen.

Er is in Palinges ook een gerestaureerd watermolencomplex. Je kunt er zwemmen/ vissen/ barbecuen bij een, door Hollandse vrienden bewoonde, elektriciteitsmolen, met aangrenzende romantische pandjes die ook als vakantieverblijf verhuurd worden. Een idyllische plek, waar ik zelf goede herinneringen aan heb. Op loopafstand is Genelard, een dorpje met wat winkels, ’n café, een pizzeria aan het havenkommetje, een oud spoorlijntje, ooit gebruikt voor het vervoer van steenkool vanuit de inmiddels gesloten mijnen. Het is me nooit gelukt dit haventje te passeren zonder aan te leggen. Ik bracht er ook wel eens maanden door in de winterperiode en zal dat ook in de toekomst wel vaker doen.

Weer een vaardag, en een trap van 11 sluisjes verder, ligt St. Leger sur Dheune, een lieflijk plaatsje waarvandaan wijnproeverijen en ‘caves’ gemakkelijk te bereiken zijn. Zo’n twee vaaruurtjes van St. Leger sur Dheune ligt Santenay, een van de beroemdste wijndorpen van Frankrijk. Er is daar een mooie aanlegplaats, een paar honderd meter van het plaatsje zelf vandaan. Je kunt zelfs terugkruipen naar boord, al valt dat natuurlijk, om tal van redenen, niet aan te raden.

Er is een 14e eeuws kasteel, van waar af een anderhalf uur durende wandeling is uitgezet. Deze brengt je naar de top van een 500 meter hoge heuvel, die al voor het begin van de jaartelling bewoond zou zijn. Alleen voor het uitzicht al de moeite waard; bij helder weer is zelfs de Mont Blanc te zien. Een kerk uit de 13e eeuw, de Saint-Jean-de-Narosse, met een prachtige, tegen de heuvels geplakte begraafplaats, is één van de andere bezienswaardigheden. Santenay is ook bekend vanwege zijn fruitige wijnen en er is vanzelfsprekend de gelegenheid tot proeven! Behalve door de wijnen dankt Santenay een niet gering gedeelte van de roem aan 2 werkzame bronnen met water dat heilzaam zou zijn bij stress, reuma en spijsverteringsproblemen. Het kuuroord is op zijn retour maar vanwege de oude aantrekkingskracht van Santenay vind je in deze wijncontreien zelfs een casino.

Een kilometer of 5 verder varen ligt Chagny, een van de wat grotere plaatsjes aan het Canal du Centre, al moet je je daar niet al te veel van voorstellen. Zelfs onze reisgids noemt het saai, maar rond 15 augustus is daar jaarlijks het Foire des Vins, een Bourgondisch, met wijn overgoten feest. Restaurant “Lameloise” is een 3-strerrenrestaurant (Michelin) in Chagny waar het dagelijks een, wel prijzig, Bourgondisch festijn is. Vanuit Chagny is Chalon-sur-Saône gemakkelijk per bus te bereiken waar je in een week nog niet uitgekeken bent, zoveel middeleeuwse torens, kerken, vakwerkhuisjes en musea zijn daar te zien. Een heerlijke stad voor dwaalgasten. Het leuke van het Canal du Centre is dat er zoveel kan, maar dat er niets hoeft om toch te genieten van dit kronkelige vaarwater met z’n grote verscheidenheid aan bloemen en bomen. Heuvels die afwisselend begraasd worden door witte Charollais runderen, bruine Alpenkoeien en zelfs soms Fries stamboekvee, maar ook veel ezels. Ze houden hier ook heuse ezeldagen, moet je van houden, zoals ik. Altijd wel een plekje om aan te leggen zonder mensen in de buurt, maar ook altijd wel een plaatsje op vaarafstand als je liever in de bewoonde wereld bent. Kortom, een aanrader, zou ik wel jaarlijks in mijn vaarprogramma willen hebben.